Sectorfederatie Fedagrim hekelt oneerlijke concurrentie door hypermarkten en doe-het-zelfzaken en steunt leden die naar de Raad van State stappen.

Posted · Reactie toevoegen

Verdelers zien zowat de helft van hun jaaromzet in rook opgaan en vrezen voor voortbestaan.

Brussel, 21 april 2020 – Op 18 april trad een nieuw Ministerieel Besluit in voege waardoor tuincentra en doe-het-zelfzaken (DHZ) – met een algemeen aanbod aan bouwmaterialen – konden openen voor publiek. Dealers die enkel de focus leggen op tuinmaterieel en daarin een specialisatie ontwikkelden, bleven echter in de kou staan. Voor een sector die 50% van zijn omzet uit de maanden maart-april-mei haalt, is dit een ramp. Als sectorfederatie is Fedagrim dan ook zwaar teleurgesteld en hekelt het de oneerlijke concurrentie. Fedagrim steunt zijn leden die de schorsing van het Ministerieel Besluit vragen aan de Raad van State.

“Wij zien al meer dan een maand met lede ogen toe aan hypermarkten zoals Carrefour en Makro tuinmachines verkopen terwijl onze dealers de deuren gesloten moeten houden” dixit Gracienne Geenens, Voorzitter van Deelgroep Tuin binnen Fedagrim, en Sales Director van de Belgische producent van tuinmaterieel Eliet. “Dat nu ook de grote DHZ-ketens mogen openen, is een harde klap. Uit de maanden maart, april en mei haalt een verdeler zowat de helft van zijn omzet. Voor onze dealers dreigt een financiële ramp als zij hun machines dit voorjaar niet meer kunnen verkopen en een jaar moeten wachten. Bovendien kunnen wij perfect de geldende veiligheidsmaatregelen garanderen. Bij ons is de bezoekersgraad een pak kleiner. Er dreigt geen toeloop in onze winkels omdat de investeringen doorgaans groter zijn en mensen tweemaal nadenken vooraleer over te gaan tot aankoop. Maar voor ons is het ook voorjaar en wij zien ook mensen die van de lockdown willen profiteren om de tuin op orde te zetten en daarvoor machines nodig hebben. Die gelijke kans wordt ons nu compleet ontnomen en wij moeten lijdzaam toezien hoe grote ketens ons marktaandeel inpikken.”

Ook Joeri Welslau, CEO van Stihl Benelux beaamt dit. “Wij vinden het zeer spijtig dat onze tuindealers niet op dezelfde manier behandeld worden als tuincentra terwijl voor beiden het voorjaar cruciaal is. Je mag dus wel planten kopen, maar blijkbaar geen gespecialiseerd materieel om ze te onderhouden behalve dan in grote DHZ-zaken, waar nochtans veel meer volk rondloopt dan bij de gespecialiseerde tuindealer en waar sanitaire maatregelen veel moeilijker te handhaven zijn. Bij onze dealers komt de consument gericht zijn aankopen uitvoeren en dus niet massaal. Regels als social distancing zijn er makkelijker te handhaven en de contacten zijn minimaal. Er zijn zeker nog andere gespecialiseerde zaken zoals verfwinkels die nu dezelfde problematiek kennen, maar het verschil met ons is dat net deze maanden voor onze sector cruciaal zijn. Onze dealers worden ook opgeleid om het beste advies te geven om bijvoorbeeld veilig met een kettingzaag om te kunnen. Dat advies kan je momenteel door drukte in een grote DHZ niet krijgen. De lockdown zorgt er uiteraard voor dat de consument zijn tuin herontdekt. Wij hebben niet liever, maar we moeten helaas vaststellen dat diezelfde consument nu gedwongen wordt om grote ketens en internetgiganten te frequenteren, terwijl een kleine 1.000 gespecialiseerde KMO’s van hun inkomen beroofd worden. Dit zijn stuk voor stuk familiebedrijfjes, mensen die leven van hun winkel en vooral van dit voorjaar. Dit is onrechtvaardig en hiertegen zullen we de nodige stappen ondernemen om dit onrecht aan te klagen, aangezien ook wij hierdoor rechtstreeks geraakt worden in onze marktpositie.”

Volgens Joeri Welslau zit er dan ook niks anders op dan naar de Raad van State te stappen. “Na rijp beraad en overleg met de dealers en gesteund door een overweldigende meerderheid en onze sectororganisatie Fedagrim zien wij ons dan ook genoodzaakt tegen dit Ministerieel Besluit bij de Raad van State een schorsingsverzoek op grond van uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen. Wij hebben het grootste respect voor de wetenschappers en beleidsmakers die ons door deze ongeziene bedreiging van de volksgezondheid willen loodsen, maar tegelijk zijn we er niet tenvolle van overtuigd dat de beslissing om de grote centra wél en de kleine dealers niét te openen, te verdedigen valt in licht van alle genomen maatregelen rond de volksgezondheid. Dit staat niet alleen haaks op alle sanitaire principes, er is volgens ons ook geen objectief verantwoorde grond voor deze discriminatie van de gespecialiseerde handel in tuinmachines en de producenten die via deze dealers de producten op de markt brengen. Kortom, het is voor ons en onze dealers een kwestie van overleven. En in deze omstandigheden wordt dat zeer moeilijk met alle gevolgen vandien voor de tewerkstelling en het voortbestaan van een niet-onbelangrijke economische sector waarin zo’n 5.500 mensen tewerkgesteld zijn.”